Een brede aanpak van doelgroepen en maatregelen

Een van de belangrijke EU-doelstellingen om het drugs- en alcoholmisbruik aan te pakken, is het ontwikkelen van adequate interventies om zo effectief mogelijke maatregelen te kunnen nemen. De interventiestrategieën zijn met name gericht op vijf brede, elkaar soms overlappende doelgroepen: (1) scholieren, (2) jonge experimentele en recreatieve drugsgebruikers, (3) jonge mensen in sociale achterstandgebieden, (4) jonge delinquenten, en (5) jonge mensen die een drugsbehandeling nodig hebben (zie figuur 53 OL).



Scholieren

Voor deze doelgroep is preventie op scholen een frequent gebruikte maatregel. „Preventie“ voor meer details.

Wat het scholenbeleid betreft, heeft een aantal lidstaten aanbevelingen opgesteld hoe er op drugsincidenten en drugsgebruikende scholieren gereageerd moet worden. In Frankrijk wordt een sterke nadruk gelegd op „Referentiepunten voor de preventie van risicogedrag op scholen“ en op het oplossen van problemen door gerichte counseling. Er wordt ook veel aandacht besteed aan professionele trainingen voor onderwijzend personeel om adequaat te kunnen reageren op afwijkend gedrag van jongeren. In Oostenrijk en Duitsland wordt docenten via de STAP-voor-STAP-programma’s (97) geleerd hoe zij drugsgebruikende scholieren kunnen herkennen en hulp kunnen bieden. In Noorwegen is een handboek gepubliceerd waaraan diezelfde doelstelling ten grondslag ligt.

De Drug Prevention Advisory Service in het Verenigd Koninkrijk heeft een programma voor drugspreventie geëvalueerd dat gericht was op jonge mensen die van school gestuurd waren. De conclusie was dat drugsprogramma’s wel degelijk nodig zijn, maar dat korte perioden van drugsvoorlichting niet afdoende zijn. Veel jonge mensen voor wie het programma bedoeld was, gebruikten namelijk al drugs. Dat zou betekenen dat programma’s veel eerder van start moeten gaan, waarbij problemen op een duidelijke manier gedefinieerd en aangepakt worden. In het nieuwe Portugese Preventiekader is 400 000 euro voorzien voor alternatieve lesprogramma’s en een snel en gericht aanbod van vakopleidingen voor jongeren die vroegtijdig van school gaan. Ook vrijwel alle Spaanse autonome regio’s beschikken over een dergelijk programma. In Griekenland zijn vroegtijdige interventies gericht op jonge drugsgebruikers en hun families (gezinstherapie) en op adolescenten die met justitie in aanraking zijn gekomen.

Jonge experimentele en recreatieve drugsgebruikers in de „community“

In toenemende mate wordt onderkend hoe groot de potentiële schade van het gebruik van alcohol en illegale drugs kan zijn voor het kleine, maar significante percentage jonge gebruikers. Een belangrijke doelgroep voor effectieve maatregelen zijn dan ook de kwetsbare groepen jonge mensen die alcohol drinken en uit recreatieve overwegingen met drugs experimenteren. Deze doelgroepen zijn zich vaak niet bewust van de risico’s die aan hun gebruikspatronen van de diverse middelen verbonden zijn, of zijn niet meer in staat om die risico’s in de hand te houden (overdoseringen, ongelukken, crimineel gedrag, geweld, niet meer kunnen studeren of werken, seksueel overdraagbare ziekten, en schade voor de gezondheid op de langere termijn, aan bijvoorbeeld de hersenen of lever) (Boys et al., 1999; Parker and Egginton, 2002). De bezorgdheid over de veranderende patronen in het gebruik van alcohol en drugs voor recreatieve doeleinden in de EU neemt toe, met name wat de gezondheidsrisico’s voor vrouwen betreft. Uitgaansgelegenheden en recreatieve faciliteiten zoals bars, disco’s, sportclubs en jongerenclubs lijken de meest geschikte settings voor drugspreventie, met name vanwege de omvangrijke communicatiemogelijkheden met veel jonge mensen die vaak al drugs gebruiken of het risico lopen dat zij dat in de toekomst gaan doen (zie figuur 54 OL). Er bestaat voor deze setting en doelgroep een dringende noodzaak aan methodologische documentatie en grondige evaluaties van de beschikbare en mogelijke interventies.



In Frankrijk neemt sinds 2001 ten minste 30 % van de departementen preventieve maatregelen voor of verleent eerste hulp tijdens „dansevenementen“. In een Ierse regio tracht de gezondheidsraad personeel en bezoekers van nachtclub te bereiken via het „sound decisions“-project. Daarentegen bestaat er in Luxemburg geen wettelijk kader voor interventies van drugsbureaus in nachtclubs.

In Nederland worden met het oog op eerste hulp bij drugsincidenten in recreatieve settings „train-de-trainer-cursussen“ georganiseerd.

Het Nederlandse initiatief „Uitgaan en drugs“ is ook op interventies in settings buiten de schoolomgeving gericht waar jongeren drugs gebruiken, zoals coffeeshops, disco’s, party’s en clubs, en locaties waar popfestivals of andere grote muziekevenementen plaatsvinden.

Een aantal projecten is gericht op drugsgebruikers binnen de „music scene“ om de risico’s van het gebruik van legale en illegale drugs te minimaliseren. Soms bezoeken projectmedewerkers verschillende evenementen in campers omdat deze een rustige atmosfeer bieden voor informele counseling. Als extra voorlichtingsfaciliteiten kunnen ook speciale hotlines of websites gebruikt worden.

Met betrekking tot de projecten in het kader van EDDRA is een overzicht en analyse van voorbeelden van preventie in partysettings samengesteld. In een aantal tabellen wordt een overzicht gegeven van de huidige projecten en beleidsmaatregelen (zie tabel 16 OL, tabel 17 OL en tabel 18 OL).



Uit een door de Commissie gefinancierd onderzoek is gebleken dat gerichte „on-the-spot“ counseling en het testen van pillen op locaties waar techno-evenementen worden gehouden, effectief is om jonge mensen te bereiken die weliswaar regelmatig drugs gebruiken, maar die zichzelf niet als drugsgebruikers beschouwen en zich ook niet tot de reguliere drugsverslavingszorg zouden wenden. Uit de studie bleek ook dat het testen van pillen geen negatief effect heeft op preventie-interventies die gericht zijn op drugsonthouding. In Oostenrijk en Spanje is het testen van pillen inmiddels uitgebreid, terwijl dat in Nederland nu beperkt is tot testmethoden met een zeer hoge methodologische nauwkeurigheid.

Bij andere interventies wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van leeftijdgenoten, zelfhulpgroepen en alternatieven voor drugsgebruik zoals voorlichting en psychosociale steun. Ook wordt getracht meer nadruk te leggen op culturele en sportieve activiteiten (bijvoorbeeld in zomerkampen in Griekenland). In Spanje zijn er sinds een aantal jaren in het hele land alternatieve programma’s voor vrijetijdsbesteding beschikbaar.

In Noorwegen, Zweden en Denemarken patrouilleren volwassen vrijwilligers, „de nachtraven“, in het weekend ’s avonds en ’s nachts in de stadscentra. Hun doelstelling is om zichtbaar en beschikbaar te zijn voor jonge mensen. De achterliggende gedachte is dat hun aanwezigheid de kans op geweld en schade zal verkleinen.

Jonge mensen in sociale achterstandsbuurten

In Zweden heeft de Drugscommissie een evaluatie uitgevoerd naar de onderzoeksliteratuur over preventiemaatregelen (Narkotikakommissionen, 2000) en geconcludeerd dat er drie soorten initiatieven nodig zijn: specifieke initiatieven die op de armste mensen zijn gericht, algemene initiatieven om de volksgezondheid te verbeteren, en initiatieven ter ondersteuning van kwetsbare gezinnen.

Ierland en het Verenigd Koninkrijk zijn de enige twee lidstaten die probleemgebieden in kaart brengen met het oog op speciale programma’s voor de desbetreffende buurten. Via het Ierse YPFSF (het Young People’s Facilities and Services Fund) wordt getracht om „risicojongeren“ in achterstandgebieden ertoe te bewegen gebruik te maken van de aanwezige voorzieningen en activiteiten teneinde de aantrekkingskracht van alcohol- en drugsmisbruik te verminderen. In het Verenigd Koninkrijk is „Positive Futures“ in 57 achterstandswijken actief om jonge mensen aan het sporten te krijgen zodat zij geen behoefte hebben aan drugsgebruik en criminaliteit. De eerste resultaten zijn bemoedigend en laten een vermindering zien in strafbare feiten en spijbelgedrag en een verhoogd „community-bewustzijn“. In een aantal van de meest achtergestelde gebieden in Engeland (de zogenaamde Health Action Zones of HAZ’s) proberen samenwerkingsverbanden van verschillende instanties de situatie te verbeteren. Zij streven ernaar om de ongelijkheid op gezondheidsgebied via moderniseringsprogramma’s voor de sociale en gezondheidszorg op te heffen en een groot scala aan kwetsbare jonge mensen te bereiken waarvan vermoed wordt dat zij een risico lopen om in de toekomst in drugsmisbruik te vervallen (het gaat om 130 projecten en initiatieven in 26 HAZ’s). „Connexions“ is een hulpverlenings- en adviescentrum in het Verenigd Koninkrijk voor jongeren tussen 13 en 19 jaar dat gericht is op het identificeren van jonge mensen met een verhoogd risico en op het doorverwijzen naar de gespecialiseerde drugshulpverlening. In 2002 waren er 27 samenwerkingsverbanden actief en naar verwachting zullen er in 2003 nog eens 20 bijkomen.

In het Verenigd Koninkrijkverrichtten alle drugsactieteams (DAT’s) in 2001 een behoeftenonderzoek onder jongeren. Voorts is hun verzocht met behulp van Young People Substance Misuses Plans (YPSMPS) voor jongeren op basis van de lokale behoeften allerlei diensten te ontwikkelen, van algemene preventie tot behandelingen in verband met specifiek drugsmisbruik.

In Oostenrijk wordt getracht om jonge mensen via mobiele centra op straat te bereiken. Hierbij wordt nauw met andere relevante hulpverleningsinstanties samengewerkt om in een vroeg stadium hulp te kunnen bieden aan adolescenten en jongvolwassenen die drugs gebruiken. Naar verwachting zal de geografische dekking van deze centra in de toekomst uitgebreid worden (98).

In Finland bieden de Walkers jongerencafés mogelijkheden voor een vroegtijdige interventie. Inmiddels zijn dergelijke café’s op 24 plaatsen operationeel. Een belangrijke rol is weggelegd voor getrainde volwassen vrijwilligers die ondersteund worden door professionele jeugd- en jongerenwerkers. Getracht wordt om de jongerencafés te transformeren tot veilige ontmoetingsplaatsen. Ook het „café voor gezondheidsadvies“ in een Ierse regio probeert preventie te combineren met een directe toegang tot gezondheidszorgfaciliteiten voor jongeren.

In Noorwegen beschikken de meeste grote gemeenten over straathoekwerkfaciliteiten. Hun doelstellingen variëren van preventieve interventies gericht op oudere kinderen en jonge mensen tot counseling en doorverwijzing naar hulpverleningsinstanties en behandelcentra.

Jonge delinquenten

Sommige lidstaten beschikken over gerichte hulp-, trainings- en straathoekwerkprogramma’s voor risicojongeren, zoals jonge delinquenten. Het grootste effect van een aantal van deze initiatieven is een vermindering van de hoeveelheid jonge mensen die strafrechtelijk veroordeeld worden.

Er wordt ook gebruik gemaakt van interventies met alternatieven voor strafrechtelijke sancties. Hierdoor wordt getracht het aantal jongeren dat in de criminaliteit terechtkomt te beperken of te verminderen, aangezien dat vaak onomkeerbare gevolgen heeft. De Youth Offending Teams (YOT’s) in het Verenigd Koninkrijk bestaan onder andere uit drugshulpverleners die jonge delinquenten op drugsmisbruik kunnen screenen en die – waar zinvol – interventiemogelijkheden kunnen aanbieden om verder drugsmisbruik te voorkomen. Het Luxemburgse jeugdsolidariteitsproject MSF functioneert op vergelijkbare wijze op basis van een rechtstreekse samenwerking met kinderrechters en bevoegde instanties voor het handhaven van de openbare orde.

Het FRED-project in Duitsland richt zich op drugsgebruikers die voor de eerste keer met justitie in aanraking komen. Finse projecten op het gebied van de wetshandhaving zijn op dezelfde principes gebaseerd.

Jonge mensen die een drugsbehandeling nodig hebben

De vraag naar verslavingszorg is een significante indicator van drugsverslavingen en zwaar problematisch drugsgebruik. In 2001 had nog geen 10 % van de totaal gerapporteerde vraag naar gespecialiseerde drugsbehandelingen in de EU betrekking op jonge mensen onder de 19 jaar. Voor meer dan de helft van deze jonge mensen was de behandeling een gevolg van het feit dat zij cannabis als voornaamste drug (primaire drug) gebruikten. Bijna een kwart werd behandeld vanwege problemen met opiaten en het resterende aantal was gelijk verdeeld over behandelingen vanwege cocaïnegebruik en andere stimulerende middelen. Er bestaan tussen landen echter wel variaties op dit gebied. In Ierland wordt bijvoorbeeld een groter percentage jonge mensen behandeld dan in enig ander land van de EU. De behandeling van jongeren onder de 18 jaar wordt overigens bemoeilijkt door kwesties als de ouderlijke toestemming en vraagtekens bij het voorschrijven van substitutiedrugs vanwege het gebrek aan adequaat onderzoek naar de effecten van dergelijke drugs in deze leeftijdsgroep. De meeste jonge mensen die behandeld worden voor ernstige drugsproblemen maken gebruik van reguliere behandelsettings.

Een aantal landen heeft een gespecialiseerd behandelaanbod ontwikkeld. Nederland kent bijvoorbeeld een kleinschalige kliniek die bedoeld is voor 13- tot 18-jarigen. In Finland wordt bijzondere nadruk gelegd op een duurzaam en intensief psychosociaal behandelcontinuüm in combinatie met de benodigde institutionele zorg. Volgens de gegevens uit 1999 waren er in dat jaar zes behandelunits voor jonge verslaafden, met in totaal 40 bedden. Daarnaast beschikten correctionele instellingen over nog eens drie units die in drugsbehandeling gespecialiseerd zijn, met in totaal nog eens 23 bedden. Luxemburg kent een gespecialiseerd centrum waar 43 % van de cliënten jonger dan 16 jaar is. In Griekenland worden vroege interventies specifiek op drugsgebruikende adolescenten en hun families gericht (familietherapie) evenals op adolescenten die problemen hebben met de wet.

In Zweden kunnen jonge mensen tussen 12 en 21 jaar met ernstige psychosociale problemen die vaak ook criminele gedragingen vertonen en psychoactieve stoffen gebruiken, zonder hun toestemming worden opgenomen. Tot de behandelmethoden behoren omgevingstherapie, functionele gezinstherapie, cognitieve gedragstherapie en, voor verslavingen, de „twaalf-stappen-methode“. Als alternatief voor een gevangenisstraf kunnen jonge delinquenten op basis van de (speciale voorzieningen in de) Zweedse Wet voor de zorg voor jonge personen opgenomen worden in een gesloten behandelcentrum voor jongerenzorg. „Maatregelen op behandelgebied“ voor meer informatie.


(97)  Zie EDDRA.

(98) Zie Auftrieb.